|
De kerk te Zwaag.
Tussen 1234 en 1254 wordt de kerk van Zwaag (de naam Swaeger Cogge wordt al
vóór 1300 genoemd) als bezitting van het klooster Hemelum in Friesland
vermeld. Van die kerk is ons verder niets bekend. De tufstenen lijsten en
kloostermoppen die in de muren van de kerk zijn verwerkt kunnen de 12e
eeuwse resten zijn van die oude kerk. Een cirkelsegment in de noordgevel, in
een tracering van tufsteen, doet een datering vermoeden van rond 1400.
De kerk ligt op een natuurlijke hoogte, een pleintje aan de huidige
Dorpsstraat, toen een pad tussen de westelijke en de oostelijke grens (de
Leek).van het oude Zwaag.
Op een rekening uit 1395 in de kerklijsten van de Dom te Utrecht komt Zwaag
voor. In dat jaar werd een houten kerk opgetrokken, die werd gewijd aan de
heilige Martinus, de bisschop van Tours uit de zesde eeuw.

In de 15e eeuw werd het koor van de kerk gebouwd. Het heeft drie
sluitingsmuren met gemetselde kroonlijsten. In de zuidwand komt een nis voor
van rode Bremersteen, en twee gekoppelde nisjes waarop de letters A (voor
aqua = water) en V (voor vinum = wijn).
Later, eind 16e eeuw, werd het tussenliggende schip gebouwd, net iets hoger
en breder dan het oudere koor. Na blikseminslag in 1550 brandde de kerk af,
en pas in 1560 werd met nieuwbouw begonnen.
De vroeg-gothische bouwperiode is af te lezen aan de bewaard gebleven
oorspronkelijke dakconstructie, zoals die in alle kuststreken gebruikelijk
was: houten trekbalken en een houten tongewelf. Het was de tijd van de
omwenteling door de reformatie. De beeldenstorm van 1566 heeft geen schade
aan de kerk veroorzaakt. Arnoldus Henrici nam er het leeraarsambt waar van
1573 tot 1613.
De vierkante toren dateert eveneens uit de 15e eeuw (ca. 1460). De trans was
aanvankelijk een balustrade, later een ijzeren hek, dat na 1955 is
verdwenen. De torenklok, 98 cm in doorsnee en 82 cm hoog, werd gegoten door
Steven Butendiic. Het randschrift luidt vertaald: “Luister als ik getrokken
wordt, Ik roep u tot de Vreugden des Levens, 1468”.
De toren, die thans eigendom is van de Gemeente Hoorn, draagt een
achtkantige spits, ondersteund door een houtconstructie.
De geschiedkundige gegevens zijn overigens uiterst spaarzaam. Een beeldnisje
boven de dichtgemetselde ingang aan de noordzijde herinnert nog aan de
voor-reformatorische tijd. In één van de steunberen aan de noordzijde komt
het jaartal 1672 voor.
Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden door A.J. van der Aa zegt
van Zwaag: ‘oudtijds Swaech, dorp in Drechterland een half uur van Hoorn’
Van der Aa (deel 13), 1839-1851 en vermeldt voorts: ‘De Hervormden die er
ongeveer 380 in getal zijn, onder welke ongeveer 200 ledematen, maken met
eenigen van Zwaagdijk, Hoog-Zwaagdijk en Laag-Zwaagdijk, eene gemeente uit’.
De inventaris van de kerk kent een preekstoel, een doophek, koperwerk en het
orgel.
De eikenhouten preekstoel dateert uit 1659. De makers hebben hun namen
achtergelaten: Pieter Claesz Blocker K.M. en Pieter Jansz. Roomboer K.M.
De buitengewoon fraaie koperen doopboog in Lodewijk XIV stijl was een
geschenk van Juffr. Marijtje Hofland, in 1748. De achterkant vertoont een
pelikaan die haar jongen voedt, boven een wapenschild. De Hoornse gieter
Joan Niclaus Derck liet zijn naam achter in de voet van het werkstuk.
De preekstoel draagt een niet minder fraaie koperen lezenaar in Lodewijk XIV
stijl. Een hand met manchet, eveneens in koper, houdt de lezenaar vast.
Op het doophek staan de koperen voorzangerslezenaar (1675-1700) en een
koperen kandelaar, en aan de preekstoel vindt men in een houder nog een 17e
eeuws doopbekken.
Het orgel is in 1881 gebouwd door L. van Dam te Leeuwarden. Na een minder
geslaagde restauratie in 1930 en door aanleg van centrale verwarming was het
orgel in 1975 weer toe aan herstel. De situatie van voor 1930 werd toen weer
teruggebracht.
De kerk, waarvan in 1955 nog geschreven werd dat zij in verwaarloosde
toestand verkeerde, onderging in 1974 een uitgebreide restauratie. De
plannen werden diverse malen aangepast. Uiteindelijk kostte het werk 454.732
gulden, waarvan de gemeente door kerkvoogden aangespoord, tenslotte 128.752
gulden bijeenbracht. Een nieuwe electrische installatie, centrale verwarming
en bliksembeveiliging maakten de kerk weer geschikt voor de eisen des tijds.
De koperen kronen werden door enige gemeenteleden geschonken.
Toch bleek begin negentiger jaren dat het houtwerk van de kerk ernstig was
aangetast door de bonte knaagkever. Achteraf bleek dat in 1974 een verkeerde
keuze was gemaakt voor het materiaal van de goten, waardoor het ongedierte
zijn kans kreeg. In de nieuwe betonnen goten stagneerde het water, dat
doordrong in de muren van de kerk, tot op het hout. Eenmaal vochtig geworden
vormde het binnenhout een ideale voedingsbodem voor de knaagkever. Men
dacht in 1992 aan 40 a 50 % vervanging - maar toen in 1997 eindelijk de
subsidiebeschikking kwam bleek dat 85 % te zijn! Het kostenverschil voor het
houtwerk kwam geheel voor rekening van de Hervormde Gemeente. Dank zij grote
offervaardigheid werd het doel bereikt: de schitterende dorpskerk bleef
behouden.
Voor deze website is voornamelijk gebruik gemaakt van gegevens uit :”Ned.
Hervormde Kerk Zwaag, ingeleid door ds H.J. Bos, 1981, uitg.
drukkerij-uitgeverij 2003 Spanbroek, met een aanvulling door de heer Th.
Boomsma,
|